Lief nachtboek (over postbode zijn)

Lief nachtboek,

Het is namelijk al half drie als ik dit schrijf.

Maar echt, wat ik vandáág heb meegemaakt! Je gelooft het niet.

Vandaag heb ik voor postbode gespeeld!

Sander die heeft namelijk een vriendin. Eigenlijk sinds een weekje al. Nu wil het geval dat zij met haar opleiding naar Straatsburg wilde, en dat zou betekenen dat haar werk, het bezorgen van post, eronder zou lijden. Nu wil het geval ook dat ze sindskort een vriendje had waar ze lekker gebruik van kon maken, dus liet ze hem het bezorgen en hij deed het met alle plezier. Drie dagen lang en vier uren per dag. Minimaal.

De laatste dag, vandaag, of nee, eigenlijk gisteren, fietste ik met Sander mee. Gewoon uit aardigheid. Dacht dat het wel grappig was om eens te ‘opfietsen’ met iemand met van die grappige, blauwe tassen achterop zijn fiets waar dan allemaal folders en ander spul in lagen zoals post.

Met zijn Windows Mobile-versie van TomTom zochten we de straat Nova Cura op, in Drachten. De Nova Cura is één gigantisch lange doolhof waar geen logica in te vinden is. Na een uur of twee zei ik tegen Sander:
“Hé Sander, misschien kan ik me nuttig maken en help ik even mee of zo!”
“Ja, als dat zou kunnen…”

Zodoende kreeg ik een pakketje van ongeveer vijf verschillende adressen in mijn handen gedrukt. Dankzij de immens populaire Google Maps op mijn telefoon vond ik de huisdeuren zo makkelijk als ik de weg naar de zogenaamd verstopte chocolade in huis kan vinden. Dit kostte wel ietsjes meer werk, maar dat had ik wel over om eerder naar McDonald’s te kunnen voor zo’n lekker groot Big Mac menu met een donut en hamburger.

Dat lekker grote Big Mac menu met een donut en hamburger kwam pas nádat ik het avontuur van mijn leven had meegemaakt. Ik had namelijk een pakketje ontvangen die moest worden afgeleverd bij een basisschool. Nu is dat nog niet zo erg… Ik bedoel, die kinderen zijn tóch al weg om vijf uur ’s middags. Zo ook de docenten en schoonmaaksters. Waar ik bij de school ernaast nog kon aanbellen en het pakketje kon afleveren aan een in blauwe overall-gestoken Poolse schoonmaakster, was er dit keer niets of niemand te bekennen. Geen brievenbus, geen Poolse schoonmaaksters, geen kinderen en geen meesters of juffen.

Het enige dat ik zag was een hek. Met punten helemaal bovenaan, links en rechts van het Oost-Russische bouwwerk. Het enige dat mogelijk een pakketje door de hekken zou kunnen brengen was een kind. En dus begon ik mijn zoektocht naar een kind. Dat klinkt dramatischer dan het is, want in theorie was ik gewoon op het krijsen afgegaan en vond ik binnen tweehonderd meter en een hoek van negentig graden vijf basisscholierinnen.

Ze waren elf jaar oud, schat ik.

“Mag ik jullie iets vragen?”
“Jaaaaaaaa??????”
“Wie van jullie is, zeg maar, dun genoeg om door een hek heen te kunnen?”
“ZIJ!” en ze wezen allemaal naar één meisje. Ze was zo slank nog niet eens.
“Goed, als dat het dunste is dat we kunnen krijgen zullen we het hier maar mee moeten doen.”
“Wat is er dannnnnnnnn?????????”. Ze begonnen te drammen, lief dagboek! DRAMMEN zeg ik je!
“Nou, kijk.” Ik begon Jip-en-Janneketaal te spreken. “Ik heb een pakketje. Dit pakketje moet weg. Dit pakketje moet naar een school. Die school is dichtbij. Die school is dicht. Er zit een hek voor de school. Dat hek is dicht. Ik kan er niet doorheen. Jullie wel.”
“Jaaaaaaaa, ennnnnnn??????”
“Of één van jullie even door het hek zou willen kruipen om dit door de brievenbus te doen.”
“Ooo jaaa want het is heel stom om dat dit weekend buiten te laten liggen.”
“En het zou niet zo slim zijn om het het hele weekend buiten te laten liggen, inderdaad! Willen jullie mij helpen?”
“Ja. Waar is het????”
“Dichtbij.”
“Waar dannnn???????”
“Nu graag. Volgt u mij maar.”

Een hele kindervierdaagse, of nee, een vijftal kinderen volgde mij achter mijn fiets aan. Ik fietste snel, want ik wilde zo snel mogelijk van dat pakketje af zijn. En van hun.

Het dunste mormel kon niet door het hek komen. Ze vond het een goed idee om buitenom het hek te gaan, over het water. Ik herhaalde dat het niet hoefde, niet kon, dat het zo belangrijk niet was en ik volgende week maandag het wel terug zou brengen maar de dames bleven aandringen.
“Mensen…”
“MENSEN?! WE ZIJN GEEN MENSEN! WE ZIJN MEISJES!”
“HOMO SAPIENS!”
“Mensen dus…”
“Ja…”
“Mensen, het hoeft niet meer! Zo belangrijk is het niet! Ik wil niet dat er iemand verdrinkt en dat ik dat op mijn geweten heb en nooit meer kan slapen omdat ik dit pakketje nooit heb kunnen afleveren.”
“O… K…”
“Dan wil ik jullie toch bedanken!” Ik zocht een omgeving van een halve meter af naar iets wat ik aan ze zou kunnen geven. Ik had nog elastiekjes aan mijn stuur hangen van Sander! “Hier, deze elastiekjes mogen jullie hebben!”
“ELASTIEKJEEEESSSS? HEBBEN WE AL DAT WERK GEDAAN VOOR WAT ELASTIEKJESSSS????”
“Eh, ja! Ik heb geen snoep meer! Sorry mensen! Ik ga, doeg!”

Hun volume was te zacht om nog te kunnen verstaan, want binnen 4,3 seconden zat ik op honderd kilometer per uur.

Ik belde Sander.

“SANDER JE GELOOFT HET NOOIT!”
“Ja ik zag je al… What the fok deed je!”
“Een story of a lifetime!

Ik legde het voorval uit. Het kon Sander niet interesseren. Alsof hij iets leukers had meegemaakt! Jaahoor.

Veertig brievenbussen en drie Google Maps-zoekopdrachten later zaten we aan een tafel bij McDonald’s en hadden we beide de beste maaltijd die we ons ooit voor hadden kunnen stellen. Een lekker groot Big Mac menu met een donut en hamburger.

Lief dagboek, ik wéét dat de verhalen je telkens minder interesseren maar ik moet het aan íemand kwijt. En dat ben jij.

Lief dagboek, bedankt voor je luisterend oor.

Ik wacht tot ik iets van jou hoor.

Dikke tút.

Moi.

1 Response to “Lief nachtboek (over postbode zijn)”


  1. 1 CK

    Hahaha :’)
    Je moet met trouwens mailen m.b.t. een bepaald V.L.!

Leave a Reply