Lief dagboek,
Gister was het zaterdag.
Ik heb toen echt veel te veel gedaan en ik schep even in mijn geheugen om na te gaan wat ik allemaal heb gedaan. Even een momentje geduld alsjeblieft.
*graaf*
*graaf*
Ah, daar is het!
Het volgende speelt zich af op vrijdagavond. Yannic en ik discussiëren hoe we dat gaan doen met tickets voor Coldplay, want die zouden al snel uitverkocht zijn, dachten we. We spraken om zeven uur ’s ochtends af bij het postkantoor in Drachten.
Zaterdagochtend. Beiden konden we bijna niet slapen van spanning, want we zouden natuurlijk vet tof naar Coldplay gaan! Yannic en ik op msn om zeven uur ’s ochtends:
“Gast mijn band is lekgestoken”, zei Yannic.
“G*DV*RD*MM*”, vloekte ik gently, zonder de sterretjes.
“Laten we gewoon op internet en via telefoon bestellen”
“Joah, kan ook. Da’s gewoon om tien uur, toch?”
“Ja.”
“Ik ga dan nog even slapen, ben kapot.”
“Welterusten.”
“Moi.”
“Ik bel je wel om kwart voor tien.”
“Is goed. Moi!”
Van half tien tot zeven voor tien had ik op de snooze-knop gedrukt. Ik had helemaal geen zin in wakker worden. Schijtmoe was ik, maar waarvan in Godsnaam. Ik kwam er niet achter. DOET ER OOK NIET TOE.
Uiteindelijk waren we te laat voor de kaarten. Het was helemaal overbevolkt qua drukte en zo. Femke was boos en belde me een aantal keer op. Woedend, en niet alleen dat, maar vooral achteraf denken. “Niks meer aan te doen, Femke!”.
“Ja, nou ja”, zei Femke.
“Ik vind het ook kut, niets meer aan te doen.”
“Hoe kan dit nou!!”
“Ja ehh.”
“Waarom heb je me niet verteld dat het niet alleen in Amerika voorkomt dat mensen voor de ticketservice de nacht van tevoren al gaan liggen?”
“Wie niet weet, die niet weet dat de ander niet weet wat die niet weet.”
“Hm.”
“Ik ga naar scouting. Kleuters met ADHD begeleiden en zo.”
“OK, veel plezier!”
“Joe. Dank je. Moi.”
“Doeg!”
Dezelfde zaterdagochtend. Het is kwart voor elf geweest en we zijn drie kwartier te laat voor de kaarten. Om elf uur zou ik bij scouting zijn, dus ik bel Yannic en meld dat ik bij een T-splitsing sta.
“Ik geef je Ria wel even, die heeft er meer verstand van.”
“Joe.” Ik veeg in de tussentijd blaadjes aan de kant. Uit verveling.
“Met Ria?”
“Ja moi Ria, met Tom”, zei ik.
“Hey Tom!”, zei Ria.
“Voor het geval je wilt weten waar ik ben, ik sta bij een T-splitsing die eigenlijk niet de moeite waard is om genoemd te worden.”
“JONGENS HIJ STAAT BIJ EEN T-SPLITSING DIE HET EIGENLIJK NIET WAARD IS OM ZO GENOEMD TE WORDEN!”
“Ja, daar. En als ik oversteek dan zij er drie hekjes die heel erg in de weg staan, waar je zeg maar tussendoor moet slalommen.”
“O, ik weet al waar je bent!”
“Mooi. Ik sta in de schaduw.”
“HIJ STAAT IN DE SCHADUW! Nu weten we je wel te vinden.”
“Ja.”
“We komen eraan!”
“Tot zo.”
“Tot zo!”
Eén nummer van Fall Out Boy had de revu gepasseerd op mijn iPod, en het tweede is bijna aan zijn refrein toe, als Yannic en Ria mijn naam riepen van twee steenworpen afstand. Ach, vooruit, we doen er nog een steenworp bij. Drie steenworpen afstand zit tussen ons in.
Ik fiets mee terug naar scouting, waar een ontzettend schattig groepje kinderen van zes tot acht jaar oud aan het spelen is. “WAT SCHATTIG!”, roep ik om de twee minuten naar Yannic en Ria als de kleintjes met een doorzichtig, groene, opblaasbare zwemband elkaar omkegelen zoals dat gaat bij bowlen. Op een heel charmante manier vallen ze op de grond wanneer de band ze raakt. Thiemo, die er ook was met Pinkpop, vond het allemaal wel grappig. Die lachte af en toe een beetje toe met de handen in zijn broekzakken. Loulou was wat actiever bezig met de kinderen. Zij bowlde zelf ook mee. Verder was er nog een oude man bij met een rode polo, maar die is minder tof dan Loulou en Thiemo, dus had ik het in eerste instantie al niet over hem moeten hebben.
We bespreken het plan van de zaterdag, want als de huidige kinderen weg zijn, komt de nieuwe groep die wij zullen begeleiden. Ik krijg in overleg een scoutingnaam: Pirel. Dat schijnt een vissoort te zijn of zo. Ik heb het ook nog nooit gegeten. Thiemo wordt tot Haring benoemd, en Loulou moet het doen met Paling. Niemand die het erover eens is, maar het zij zo. Het heeft zo geschied. Het lot heeft het bepaald. En nog meer clichés.
Als de kinderen zo langzamerhand naar binnen druppelen en de oude groep plaats voor ze maakt, worden alle kinderen vrijgelaten om vrij te gaan spelen. “Dat vinden ze het leukst, maar daar betalen ze geen contributie voor,” zei Yannic, “dat kunnen ze thuis ook wel!”. Ria zei even later hetzelfde.
Als ik niet oppas wordt het een krantenartikel.
Met de kleine mensen spelen we de spellen ‘Fruitmix’, iets met een handdoek achterin de broek die afgepakt moet worden door een Hassan en nog een paar spellen, maar die ben ik vergeten. O ja, er was ook een spel met een krant. Ria wilde nog iets met water doen, maar dat is er niet meer van gekomen.
Na het spelen besluiten Loulou, Anne, Yannic, Ria en ik te gaan zeilen. Ik zou eerst niet mee, omdat ik nog een aantal boodschappen moest doen voor drie dagen fulltime filmen in Ameland, maar we zouden vroeg genoeg terug zijn om nog naar Jumbo te kunnen gaan, die sowieso tot negen uur ’s avonds open is. Alle tijd van de wereld dus, want om drie uur ’s middags stappen we de boot al in.
Als we langs het regionale strandje varen, hebben we honger. We willen eerst pizza, dan patat, dan willen we pizza en dan wéér patat. Uiteindelijk wordt het dus patat. Ria belt 1888 en doet haar best om het telefoonnummer van de snackbezorgservice van El Rio te onthouden. Een minuut later krijgt ze het telefoonnummer per sms binnen, en vertelt ze het hele verhaal aan ons. Ze belt El Rio, maar daar nemen ze niet op omdat ze zijn gesloten. Later proberen we het opnieuw, en ditmaal met succes.
“Snackbar El Rio.”
“Ja hallo met Ria!”
“Hallo Ria.”
“Hallo.”
“Hoe mag ik u helpen?”
“Ik wil graag twee patat met, een patatje oorlog, een patat speciaal en een patatje oorlog met ui bestellen.” Voor zover ik me dat kan herinneren in ieder geval, dat weet ik niet meer zeker.
“Wilt u verder nog iets?”
“Vier medium milkshakes aarbei.”
“De milkshakemachine is kapot, dus dit kunnen wij niet leveren.”
“JAWEL!”, zegt de andere man in de snackbar. Dit is goed nieuws.
“OK, dat komt voor elkaar mevrouw, dat wordt voor u geregeld. Wilt u verder nog iets?”
“Een kroket en doe er dan ook nog maar een medium milkshake vanille bij.”
“OK. Waar kunnen wij het bezorgen?”
“Bezorgen jullie ook op het strand Smalle Ee?”
“Dat doen wij, hoe laat wilt u het hebben?”
“Liefst om vier uur.”
“Wij zijn open om vijf uur, mevrouw.”
“Kunt u het niet om half vijf bezorgen?”
“Ik vrees dat we da…”
“Voor vijf euro fooi dan?”
“Vooruit. Wat wilt u hebben?”
“Goed, en u wilt het op Smalle Ee hebben?”
“Ja.”
“Dan wordt u tussen half vijf en kwart voor vijf gebeld als wij bij de slagboom staan!”
“Mooi, tot straks!”
“Tot ziens, mevrouw.”
“Doei.”
Om kwart voor vijf werden de hongerstillers bezorgd en wat hebben we ervan genoten!
Jakkes nu heb ik er geen zin meer in. In schrijven.
Wat ik verder nog heb gedaan; ik ben naar J&M geweest met Sander, wat een geniale avond was. Misschien schrijf ik daar later nog wel even over. Dat moeten we nog even zien.
Ik ga slapen, het is namelijk als kwart over elf ’s avonds. Ik ben moe.
Welterusten, lief dagboek.
Hvj.
Heb ik je trouwens al verteld over… ehh… laat maar.
Misschien voor later.
Welterusten.
Moi.
Mijn naam is Tom, mijn achternaam begint met 'Kla' en eindigt met 'ver'. Ik werd in 1988 geboren te Leeuwarden. Al vanaf mijn 5e jaar wilde ik cameraman worden. Ik houd van fotograferen, filmen, muziek, schrijven, feesten en Apple.
0 Responses to “Lief dagboek (over SCHATTIG)”