Het was nog maar iets langer dan een half uur zaterdag 23 december toen Yannic op de keukenraam aanklopte. Ik bakte croissantjes in de oven en pakte het halfvolle melkpak uit de koelkast in slechts drie handbewegingen. Pas nadat ik de halfvolle melk in het daarvoor bestemde melkglas had gegoten, liep ik naar de deur en opende het, en zag de winterklare Yannic. Hij vroeg of ik zin had om nog een film te kijken. Ik vond het best, maar dan zou het niet thuis kunnen. Mijn moeke zou dan gemakkelijk wakker worden en de volgende dag chagrijnig opstaan.
Ik liet hem binnen en smeerde hem een aantal croissantjes aan die hij maar niet wilde aanvaarden.
Voordat ik het kon beseffen liepen we, met de fiets ertussen, richting zijn huis.
“Ik ben gestopt”, zei ik, en hij moest lachen.
We liepen aan de andere kant van de plaats waar die avond iets ernstigs zou gebeuren.
Het was nog maar net niet halverwege de nacht toen Yannic haast in slaap viel van Najib Amhali. Ik ook, en ik fietste naar huis.
Ik was uit om iets te ontdekken, dus sloot ik mijn ogen een paar seconden en ging kijken hoe ver ik zou komen.
Slechts 5 Ã 6 oogsluitingen en -openingen later was ik vlakbij een zebrapad. Ik sloot mijn ogen tot ik zo goed als over het zebrapad was.
Net nadat ik, tenminste dat denk ik, had immers mijn ogen gesloten, de stoeprand raakte met mijn voorwiel dacht ik: laat ik eens mijn ogen open doen, volgens mij gebeurt er iets heel ergs.
Ik viel op mijn borstkas, kon een tiental seconden niet ademen en toen een auto langsreed probeerde ik op mijn hurken een zwaaibeweging te maken.
De auto reed verder.
Nog steeds niet beseffende wat er nou eigenlijk allemaal was gebeurd, probeerde mijn bloedrode rechterhand de zwarte mobiele telefoon uit mijn blauwe rechterbroekzak te halen. Dit lukte. Ik belde naar huis maar niemand nam op.
Ik belde mijn familie die in dezelfde lange straat woont als waar ik was gevallen. Niet veel later kwam mijn tante aanrennen en hielp mij naar mijn huis.
Kijkend naar mijn wonden, nadenkend over wat er nou was gebeurd en waar ik nou was kwam ik thuis aan. Ik had geen kracht meer in mijn vingers om de sleutels te pakken en de deur kon ik ook al niet opendoen. Mijn tante opende de deur en hielp me naar de keuken.
Terwijl ik als een witte zombie over de wasbak met mijn handen onder de kraan hang, haalt zij mijn vader erbij. Ik voel me misselijk. Vraag om een bak. Ga kotsen.
Zo, dat lucht op.
Ik ga naar bed zonder mijn tanden te poetsen en voel me vies en dom.
Nu is mijn rechterhand gekneusd, mijn linkerduim functioneert niet correct maar typen lukt in ieder geval wel…
En dat alles door 1 biertje. Dommelsch, dat dan weer wél.
Mijn naam is Tom, mijn achternaam begint met 'Kla' en eindigt met 'ver'. Ik werd in 1988 geboren te Leeuwarden. Al vanaf mijn 5e jaar wilde ik cameraman worden. Ik houd van fotograferen, filmen, muziek, schrijven, feesten en Apple.
Volgens mij heb jij elke week wel een fiets ongeluk.
geen bier meer voor tom!
hihi