Archive for the 'snackbar' Category

Snackbar

Zo nu en dan kom ik een snackbar binnen en dan gebeurt er af-en-toe iets geks. Iets raars. Iets opvallends. Iets zó grappigs waarvoor ik gelijk mijn telefoon pak en in de notities intik wat er zojuist gebeurde, en soms misschien nog steeds aan de hand is.

Zo ook vandaag.

Vanavond.

Een paar uur geleden zelfs.

Het eten heeft haast mijn darmen bereikt, zo vers is dit verhaal.

Komt-ie.

Ik ging met mijn vaders fiets de stoep op, draaide het stuur naar rechts en zo ook mijn voorwiel. Maar toen ik zag dat een paar stoeptegels later de stoeprand zou zijn bereikt, draaide ik mijn fiets, en daarbij ook mezelf, 180 graden de andere kant op. Richting een andere bocht die dan weer naar rechts leidde. Daar stond een man met een poes die ik nog niet zo kort daarvóór bijna had overreden. Ik durfde niets te zeggen en liep door.

“Uw bestemming is bereikt” zei ik tegen mezelf. Ik flipte. Ben ik schizofreen? Waarom denk ik dat ik schizofreen ben? Waarom zegt TomTom tegen Tom dat de bestemming is bereikt? Waarom is die man zo lang?

Alle flipheid op een stokje.

Ik stapte de snackbar binnen en werd gelijk al geconfronteerd met een blur-filter. Mijn bril ging zichzelf beslaan waardoor ik gelijk al niets meer zag. Ik kon me nu concentreren op de betere dingen, aangezien nadenken wat ik moest bestellen en dan óók nog dingen waarnemen niet op mijn lijstje staan van ‘functies die kunnen samenwerken’. Ik deed mijn ogen dicht en bestelde een raspatat, een gewo –

Het zal toch niet he.

Wéér onderbroken.

“Raspatat heb ik niet. Gewone wel.”

“Nou, doe dan maar twee gewone, een frikadel en een frikadel speciaal”, met een zucht erachteraan.

De deur ging open en er stapte een vriendin van de snackbarmevrouw binnen. Tenminste, dat haalde ik uit de woordkeuzes van beide dames. ‘Superrelaxed’, ’super’, ‘beters’, ‘vet beters’, ’supergezellig’ en meer vocabulaire woorden die een iemand van niet jonger dan 28 niet zou mogen zeggen.

De deur ging opnieuw open en er stapte een man binnen met een hond. De hond was helemaal hysterisch en de man onderbrak de snackbarmevrouw terwijl ze het zoveelste woordje ’super-…’ wilde afmaken. “Wat deze jongen wil”, en hij wees naar die hond met vier poten, niet die ‘andere’, “is een rauwe frikadel.” De snackbarmevrouw pakte een keiharde frikadel uit de showbalie en liep weg. Jammer genoeg kwam ze weer terug door een andere deur met diezelfde frikadel. De hond flipte en ik was bang dat de man met een hond de hond los zou laten. De hond wekte bij mij niet echt de emotie op van wat je zegt ‘nou nou, die wil ik wel hebben’ of iets dergelijks.

Hangend over de toonbank zei de snackbarmevrouw dat ze het wel zou proberen als ze haar was. Iets over een jongen of zo waarmee ze, de vriendin, geen nummer heeft uitgewisseld en die toch best wel leuk is. Dan neem ik dat maar aan. Ik noteer het in mijn telefoon

maar zag dat ik een mms ontving van Charlotte. Ik drukte de notitie weg met de veronderstelling dat de telefoon het toch wel op zou slaan. Maar zoals elk weldenkend mens weet is dat niet altijd zo. Mijn notities van mijn snackbar-avontuur waren kwijtgeraakt en nu heb ik niets meer om te vertellen.

Behalve dat de man met de hond hele grappige schoenen aan had. Van die waterschoentjes die ik vroeger ook aanhad bij het zwembad zodat ik niet uit zou glijden. Alsof je uitglijdt bij 9 graden celsius. Dan is het ijs toch ontdooid. Denk na joh.

Kortom, dit dagboek is wéér een loggen om te loggen-bericht rijker. Allemaal dankzij mezelf.