Archive for the 'Nederlands' Category

Lief dagboek (over onverwacht)

Lief dagboek,

Hoe gaat het met jou? Lang niet gesproken!

Vandaag heb ik een nieuw zinnetje geleerd!

“Never trust a smiling scout. Heb je daar wel eens van gehoord?”, zei Ria.
“Beffer lust een paling zout? Watte?”
“Neehee, never trust a smiling scout!”
“O, datte, nee, hoezo?”
“Nou, dan snap je nu wat dat inhoudt.”

Mijn dag begon vandaag zoals gewoonlijk. Ik snooze’de een uur lang voordat ik opstond, ik liep naar de douche en zette die aan, en ondertussen pakte ik een schone onderbroek uit mijn kledingkast, die in zusje’s kamer staat. Zusje was aan het werk en ik maakte me klaar voor een bijzondere dag, waar ik in eerste instantie totaal geen zin in had. Het begon al om middernacht. Ik kreeg een sms’je met een felicitatie en een mailtje van - hoe heet dat ook alweer - Kamernet. Ook Lexa stuurde me een mailtje, dat ik nu een maand lang gratis de tijd had een nieuwe vriendin te zoeken. Ik keek even in de rondte en nu snap ik waarom die maand gratis is. Van die mormels komen ze waarschijnlijk zelfs gratis niet af.

Ria, Jorrit en ik zouden om kwart voor tien ‘s ochtends bij de rookpaal zijn, een ontmoetingsplek voor leidinggevenden van scouting. Eerst ging ik naar de Poiesz, een van de plaatselijke supermarkten in Drachten. Ik haalde twee pakken KitKat en een pak Lion en gooide die in de tas, nadat ze kassièr op dezelfde toon als bij de klanten vóór mij, “dan wens ik u een prettig weekend toe!”, had gezegd. Op dezelfde toon zei ik “dank u wel meneer, u krijgt van mij natuurlijk ook een fantastisch weekend toegewenst! Nog even doorbijten en dan ben je ook van je werk verlost! Veel plezier man!” terug en liep ik de winkel uit. Snel keek ik op mijn telefoon, en bleek dat het al één over kwart voor tien was! Crap! Dus ik kei-snel naar scouting fietsen, want te laat komen is natuurlijk ook weer zo lullig.

Op scouting werden vandaag de Bevers naar de Dolfijnen, en de Dolfijnen naar de Zeeverkenners overgeplaatst. Dat zijn leeftijdsgroepen om de kinderen in te delen. Ik begeleid samen met Ria en nog een aantal lui de Dolfijnen — kinderen van acht tot en met twaalf jaar. Wij gaven ze de opdracht een parcours uit te zetten met alle materialen die ze konden vinden, zodat de nieuwe Dolfijnen zich daar doorheen moesten worstelen. Hartstikke geslaagd, alleen het opruimen ervan vonden ze iets minder leuk.

De Dolfijnen die naar de groep hoger gingen, een stuk of vijf kinderen, werden op een speurtocht gezet. Ik zou de kinderen dan begeleiden omdat “ie al zoveel heeft gedaan vanochtend”. Leuk, dacht ik, ik vond het best! Daar gingen we. Froukje, Eveline, Gerard-Jos, Jesse-Hein, Esther en ik. Op zoek naar veertien blauwe ballonnetjes en een oranje. Als ze die oranje zouden vinden kregen ze bonuspunten en dat zou weer van pas kunnen komen bij de overplaatsing naar de Zeeverkenners! Ik had geen idee waar we heen moesten, maar Eveline wist het wel een beetje. “Naar de plek waar Anneke zat met groepsweekend!” Jaa-ja, OK, nou, doen we dat. Wij lopen daar naartoe en zoeken als een gek naar blauwe ballonnetjes! Niks! Ik bel Abel, mede-leidinggevende: “Abel, ik zie geen ballonnetjes. Staan we hier goed?”

“Waar sta je?”
“Waar Anneke toen zat, met groepsweekend?”
“O ja, dat is hartstikke goed, daar in de buurt hangt de oranje ballon!”
“OK, thanks, super! We zoeken verder! Hoi!”
“Hoi!”

De oranje ballon hadden we gevonden en we liepen verder. Verkeerde afslag. Ik bel Abel weer. “Abel, waar moeten we nu naartoe? We hebben nu één blauwe en een oranje.”

“Kom maar weer terug richting het clubhuis.”
“Joe! Hoi.”
“Hoi.”

Op de terugweg vonden we telkens meer ballonnetjes. Blauw, blauw, blauw en blauw. Het kon niet beter gaan. Ineens zag ik in de verte een oude, antieke stoel staan die was bekleed met opgeblazen ballonnen in allemaal kleuren. “Moeten we daar naartoe?”, vroeg ik. Het antwoord was “JA!”. OK, de meerderheid bepaalde.

Naarmate we dichterbij kwamen bij de stoel, begonnen de kinderen alsmaar rustiger te worden. Ze werden piep- en piepstil.

“SURPRIIIIIIISE!!!”

Ria, Jeroen, Abel, Talissa en de hele groep kinderen springt de bosjes uit. “WTF!!!!!!!!” zei ik, wat natuurlijk niet echt passend was. Ik zocht de dichtstbijzijnde auto op om tegenaan te leunen, en kreunde “NEEEEEEEEEEEEEE WAAROMMMMMMMM!”.

“Van harte gefeliciteeeeeerd!”

Daar zat ik dan. In mijn eentje. Op een oude, antieke stoel die bekleed is met gekleurde ballonnen. Vijfentwintig kinderen om me heen, vier leidinggevenden. Ik keek een paar keer achter me, omdat ik voorbereid wilde zijn op een taart die in mijn snufferd zou worden gedrukt. Iets wat ik zogenaamd niet zou verwachten. Ik kreeg zelfs een paar kado’s van mijn nieuwe beste vrienden, iets wat ik totaal niet aan zag komen toen ik aankwam bij het clubhuis vanochtend. ‘Merci’, deodorant, een luchtje van Esprit, douchegel, ze hebben helemaal uitgepakt met kado’s en die voor mij ingepakt!

Ik wist totáál niet wat ik moest verwachten toen ik daar op die stoel zat. Want stiekempjes is iedereen op scouting wel een beetje bang voor onverwachte dingetjes. Stiekempjes heeft iedereen dit wel in zijn achterhoofd, maar heb je er nooit zo over nagedacht:

NEVER trust a smiling scout.

Douchemat

In onze douche ligt een rubberen, rode douchemat. Je zou denken dat de structuur ook mat is, maar niets is minder waar. Aan de ene kant heeft hij ribbeltjes (I see what you’re thinking) en aan de andere kant een reliëf dat heel erg in je voeten achterblijft als je er een paar minuten lang op staat. En omdat niemand met schoenen aan doucht, tenminste, dat mag ik hopen, heeft iedereen die bij ons heeft gedoucht standaard zo’n afdruk. En ik haat afdrukken. Printers drukken namelijk nooit af zoals je het wilt, douchematten drukken namelijk altijd af als je dat niet wilt, kussenslopen waarbij je een nacht lang op een vouw ligt drukken af, en zelfs een krant drukt af, als je daar met je hoofd op slaapt in bijvoorbeeld de trein, bus, auto of op school.  Dat is lullig hoor! Kom je op school, ziet iedereen dat je op een advertentie van Hunkemöller met Do in slaap bent gevallen. Ik dwaal weer eens teveel af. Afdwaalblog zoveel is afgesloten. Niet afdrukken, dat is het niet waard. kthx.

Lief dagboek (over rijden)

Lief dagboek,

Misschien had ik het wel bij het verkeerde eind bij mijn vorige bericht, want ik kan je gewoon echt niet zomaar weggooien. Ik ben weer even terug namelijk. Excuses dat ik je weer ben vergeten, maar dat ligt helemaal aan mezelf. Ik heb de laatste tijd namelijk zóveel beleefd, dat ik het niet zomaar allemaal kan opschrijven. En zou ik iets willen schrijven, dan moet ik in mijn achterhoofd houden dat je ook wordt gelezen door mensen waarvan ik dat liever niet heb. Daarom een beetje zelfcensuur.

Ik zou zelf eigenlijk ook gecensureerd moeten worden. Van de weg. Want morgen heb ik een ‘intest’. Dat heeft niet zoveel te maken met inquest, intens, protest of incest, daar weet ik zo langzamerhand wel genoeg van, maar met autorijden. Ik heb nu drie keer geoefend met mijn vader, en ik kan nu koppelen van versnelling 1 naar versnelling 2 waarbij maar één keer de motor afslaat! Als ik dan eenmaal rijd, en ik zit in versnelling 2, dan gaat het koppelen naar 3 veel makkelijker. Soms verwar ik de 3 met de 5, en dan zegt mijn vader “Loser je zit in de vijfde versnelling” en dan ga ik gewoon naar de 3, en negeer ik wat er gebeurd is.

Vanavond heb ik maar twee auto’s aangereden en is de linkerspiegel daarbij een beetje los gaan zitten, omdat ik wat teveel naar het midden van de weg neigde en er een tegenligger aankwam.

Weet je nog wel, lief dagboek, dat toen ik met mijn hele klas van de basisschool op een zijweg fietste, wij bij iedere tegenligger het woord “TEGENLIGGER!” riepen, zelfs als deze vijfhonderdnegentig meter verderop was? Dit doet me heel sterk denken aan mijn auto-avontuur namelijk.

Die tegenliggers hebben natuurlijk zelf ook liever dat hun auto en fiets niet beschadigd wordt, dus als zij een auto tegemoet zien komen die A) slingert van links naar rechts en andersom, en B) de lampen knipperen, passen zij meestal wel sowieso wel op.

Dus, ehh… Het is natuurlijk flauw en cliché en zo ongelooflijk ongrappig om te zeggen “blijf van de weg als ik achter het stuur zit”, want dat zegt namelijk iedereen, dus zeg ik het ook niet. Ik waarschuw je hierbij alleen. Maar aangezien je toch vast zit in teh interwebs, hoef jij je geen zorgen te maken. Zolang jij naar mij blijft luisteren heb ik geen reden om je te vermoorden.

Net zoals ik op wintersport nog liggend door-ski’de in bed, doe ik dat nu ook met autorijden.

En eigenlijk is dat best wel leuk.

Lief dagboek (over een hotdog)

Lief dagboek,

Je weet vast wel hoe stoer ik door het centrum van Drachten kan lopen. Nou, vandaag deed ik het weer. Heel stoer, met de borst vooruit en de lipjes niet getuit, haalde ik een heerlijke hotdog van HEMA. Met niet teveel mosterd, want dat vind ik weer vies.

Ik nam plaats op een bankje in het centrum. Die vlakbij de etos, weet je? Die rondom die boom gaat. Bij die snackbar. Ik zat er een beetje chill stoer te wezen met mijn hotdog in mijn hand en een servetje in de andere toen de Slipknot van mijn iPod verstoord werd door een kort woordje. Dat korte woordje heette “TOM!”. Vervolgens deed ik drie handelingen: handeling één was het klikken van het knopje om de muziek te pauzeren van mijn telefoon. Handeling twee was het oordopje uit mijn linkeroor halen en nummertje drie was de kant opkijken waar de stem vandaan kwam en te fronzen.

“TOM IK HEB NIEUWE KLEREN GEKOCHT MAAR IK GA ZE NU NIET LATEN ZIEN MAAR DAT DOE IK NOG WEL OK!”. Het was mijn dertienjarige nichtje en iedereen wist ineens mijn naam. De twee zeventienjarige meisjes op de bank keken naar mij. Twee leeftijdsgenotige jongens keken naar mij. De pop van de snackbar keek naar mij. Iedereen lachte. Ik ook. Nep.
“Joe! Is goed!”. Alsof het er ooit van zou komen.
“Doeg!”
“Ja moi.”

Ik deed mijn oordopje weer in, drukte op play en het voorval begon weg te vagen. Tot één van de twee zeventienjarigen iets vroeg. Of suggereerde. Interpreteer het zoals jij het wilt, lief dagboek: “Tom! Tohhom! TOHHHOOMMMMM! Is dat je vriendin?! :-|”
“Nee das me nichiejj”, zei ik, en ze blééf me aankijken. Ik had allang weggekeken. Na een minuut was ik het wel zat en vroeg haar waarom ze het vroeg.
“Nou gewoon, ik vraag het even.”
“Dat mag.” Gelukkig, ze keek weer weg.

Ik ging verder met het eruitdrukken van de mosterd en veegde de restanten rond mijn mond aan het stukje tussen mijn duim en wijsvinger af en daarna aan het servetje.

Lief dagboek, zelfs jíj had me uitgelachen als je het had gezien. Mij zul je niet meer zien in Drachten.

Bedankt voor het luisteren.

Joe.

Twistid transistaahhh

Blij dat ik leef. Nee, echt. Ik zeg het niet vaak maar ik ben gewoon blij nu. Ineens valt alles op zijn plek en weet ik wat ik wil, hoe ik ga doen wat ik wil en waarom dingen gaan zoals ik niet wil dat ze gaan. Het is zo gek en ironisch. Het ene moment zeg je dingen en weet je niet waar het vandaan komt, terwijl na een gesprek met iemand die er verstand van heeft ineens een hele kloppende conclusie naar boven komt, met dingen die perfect op elkaar aansluiten en ik dus weet wat er is. En waarom dat is. Een zo’n simpel gesprekje en alles klopt gewoon.

En dan nog dit: Hyves is de shit. Zo, I said it.

Erover uitwijden ga ik niet.

Thanks for listening.

kthxbai.

Je ziet er zo leuk uit

Daar zit jij, hier zit ik. Kijkend naar jou, we reizen in dezelfde trein richting Rotterdam Centraal. Jij met je prachtige, grote, ronde en blauwe ogen, ik met een bril. Jij met zo’n lief koppie, ik met een hoofd. Jij met een leuke buikriem, ik met een telefoon op mijn buik. Jij draait je hoofd negentig graden naar buiten, ik kijk naar jou en besef me: ‘OMG waar komt die gigantische moedervlek vandaan?’

Vriendschapsbeschrijvingengedichtjes

Alleen als iemand de moeite neemt mij toe te voegen op Hyves verzin ik er iets ingewikkelds bij. Agnes voegde mij toe en ik typte het volgende gedicht:

Tom over Agnes: Agnes agnes,
ik zit in de bres,
tis nie bes,
net zoals Loch Ness,
ik blijf bij de les,
ik ben dertien plus zes,
en Agnes
die is ouder.

Karin wijzigde onze vriendschapsbeschrijving en dit kwam erbij:

Tom over Karin: Karin Karin Karin
Ziet overal een haar in
Is het niet in de patat dan is het wel een Hollandsche Nieuwe
Dan kan ze het niet laten om te schreeuwen “YO HIER ZIT EEN HAAR IN GEEF ME EEN NIEUWE!!!”

Ik wil zo’n Chinees zijn

Ik wil zo’n Chinees zijn. Zo’n Chinees met een zwarte bril en stekelig haar. Zo’n Chinees met hippe kleren en een koptelefoon om zijn nek. Zo’n Chinees die in een succesvolle band speelt als te goede dj en toetsenist. Hij kan dan ook nog eens drummen en zingen en ook op een drumbox spelen. Hij weet precies welk vlak voor welk geluidje staat. Weet precies wanneer hij welk geluidje moet afspelen en wanneer hij de scratch moet doen die een nummer helemaal compleet maakt. Die onmisbaar is in de wereld en grappig en tof. Die altijd wel een gesprek kan beginnen en een beetje op de achtergrond blijft maar ook respons krijgt van het tienduizendenpubliek als hét stuk van het nummer wordt afgespeeld en alle ogen op hem zijn gericht. Kon ik die persoon maar zijn. Al was het deels. Al was het maar één keer.

Ach, blij dat ik die Chinees niet ben. Dan had ik mezelf wel weer willen zijn. En nu Ben & Jerry’s. Lekker Amerikaans en not made in China.