Archive for April, 2008

Lief dagboek (over op vakantie gaan)

Lief dagboek,

Ik weet al bijna precies wat ik vanaf dinsdag in New York wil gaan doen. Ik heb al een klein lijstje gemaakt.

Zo wil ik in een yellow cab, over de Brooklyn Bridge, naar Starbucks (want dat is lekker cliché) en naar McDonald’s want ik heb gehoord dat Big Macs in de USA vetter, calorierijker en groter zijn dan in Nederland. Of tenminste, dat hoop ik! Dan ga ik zéker een foto ervan maken met mijn Amerikaanse telefoon en die avond uploaden naar Flickr want we kopen daar onder andere een nieuwe computer en als we in het hotel, die vlakbij de Times Square ligt, wi-fi hebben, dan gaat dat nog gebeuren ook. Het liefst maak ik dagelijks een klein filmpje en upload ik die ook naar Flickr maar dat is waarschijnlijk allemaal veel te mooi klinkend om gerealiseerd te worden.

Ik zal het in ieder geval proberen.

We gaan ook naar een baseball-wedstrijd (dat is ‘honkbal’, maar dan in het Amerikaans).

Ik ben benieuwd hoeveel hiervan valt te realiseren. Ik zou zeggen; houd me in de gaten of zo.

Alvast veel plezier met Koninginnedag, bevrijdingsdag en dodenherdenking.

Niet teveel zuipen, k?

Ik zal je missen <3

Guten tag!

Lief dagboek (over een TAS)

Lief dagboek,

Ik bedoel: O-o-o, lief dagboek,

Vandaag is mijn beeld van Drachten een klein beetje veranderd.

Na een lunch zonder eten met Annelies bij HEMA in Drachten keerde ik namelijk schoolwaarts, want ik moest er namelijk om één uur al zijn. Voordat ik er was ging er iets aan vooraf wat zelfs jij niet zou verwachten.

Mijn schoudertas speelt een grote rol. Mijn fiets ook.

Ik haat dit verhaal nu al.

Maargoed. Ik bond, voor ik mijn reis naar school zou beginnen, mijn ‘MINI’-schoudertas onder TWEE snelbinders. Dat op zich is al bijzonder, aangezien ik dat ding altijd op mijn rug heb hangen als ik fiets, maar dat terzijde. (KUT WAAR IS MIJN INSPIRATIE)

HET WIL NIET

OK dus die tas zat vastgeketend onder twee snelbinders en ik fietste lekker snel naar school. Tussen auto’s doorcrossen, halsbrekende toeren uithalen tussen fietsers door en van stoepranden afspringen met fiets en al. VAN STOEPRANDEN AFSPRINGEN? WTF TOM

Ja dat doe ik wel eens.

Ongeveer vijftig meter verwijderd van La Bamba, een snackbar vlakbij een kruispunt in Drachten, hoorde ik een PLOF!-geluid. Ik dacht dat het niets bijzonders was en besloot daarom niet achterom te kijken. ER SPOOKTEN HEEL VEEL GEDACHTES DOOR MIJN HOOFD. HEEL VEEL. Zóveel dat ik nog eens vijftig meter later nog maar eens achterom keek en ik mijn tas niet achterop mijn fiets zag liggen. Ik fietste terug. En weer richting school. En weer terug. En wéér richting school. En weer terug.

Ik belde Annelies.

“Met Annelies?”
“JA MIJN TAS IS VAN MIJN FIETS GEVALLEN EN NU KAN IK ‘M NERGENS VINDEN”
“Hmm… Ik weet ook niet…”
“WAT MOET IK NOU”
“Ik kom wel naar je toe. Waar ben je?”
“Vlakbij HEMA.”
“OK kom ik er naartoe!”
“Joe!”

Ik fietste hetzelfde stuk nóg twee keer en zag verdomme NIETS.

Annelies was er inmiddels ook en lachte me uit! Of toe! INNNSPIRATIEIEIE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

We gingen naar de videowinkel op de Kade en ik vroeg of er een blauwe tas was binnengebracht. “Nee… Er is niets gebracht!” “K bedankt!”

Er stonden schoffelaars van Caparis vlakbij het kruispunt te schoffelen en ook hun vroegen we of er een blauwe schoudertas is gebracht. “Nee, toevallig niet.”

We gingen naar La Bamba. Het arme meisje liep helemaal naar achter maar ook daar lag geen blauwe tas.

Bij Adecco wilde een vrouw mij bij binnenkomst de hand schudden maar deze sloeg ik weg en ik deed mijn verhaaltje.

We besloten dat het tijd was voor de politie. Ik deed mijn aangifte. “Wat zit er in de tas?” “Een lesboek, moleskine, een halveliterfles van Spa…” “Verder nog iets?” “Sokken.” Na een beschrijving van de tas zelf liepen we weer terug naar het centrum. Ik zei een aantal keer “fuck fuck fuck” en Lies probeerde mijn emoties te sussen door te lachen. Verder nergens om hoor, maar ik moest ook heus wel lachen.

Ik dumpte Lies nog bij Van Knobelsdorffplein en nadat zij de bus instapte fietste ik naar school en voerde het op één na moeilijkste telefoongesprek van mijn leven. Sander weet al genoeg. Zijn vriendinnetje ook wel. (Hints: snackbar Kelly’s; Leeuwarden; msn-gesprek; telefoongesprek)

De vader belde de moeder en vertelde het verhaal dat ik net aan hem had verteld. Rond drie uur kwam een sms binnen op mijn telefoon:

“je tas is tuis mazzelkont”
Ik reageerde. Ik schreef: “Hoe kan dat? Ik had ‘m meegenomen! Die blauwe met MINI, toch?”
“ja lag op fietspad werd door eerlyke vinder gbragt”. Heerlijk. Mijn moeder die msn-taal spreekt.

Een zeventigjarige, grijze, eerlijke man heeft mijn tas opgepakt en naar mijn huis gebracht. In de twaalf euro-kostende moleskine had ik namelijk deels mijn adres geschreven. Charlotte schreef het land op of iets dergelijks.

Zodoende is mijn tas teruggekomen en heb ik het slechtste verhaal ooit geschreven. Sorry hiervoor.

Mijn inspiratie was niet meer te vinden.

Is waarschijnlijk ook van de fiets gevallen. (Oehhh wat een einde!)

BAAI

Lief nachtboek (over postbode zijn)

Lief nachtboek,

Het is namelijk al half drie als ik dit schrijf.

Maar echt, wat ik vandáág heb meegemaakt! Je gelooft het niet.

Vandaag heb ik voor postbode gespeeld!

Sander die heeft namelijk een vriendin. Eigenlijk sinds een weekje al. Nu wil het geval dat zij met haar opleiding naar Straatsburg wilde, en dat zou betekenen dat haar werk, het bezorgen van post, eronder zou lijden. Nu wil het geval ook dat ze sindskort een vriendje had waar ze lekker gebruik van kon maken, dus liet ze hem het bezorgen en hij deed het met alle plezier. Drie dagen lang en vier uren per dag. Minimaal.

De laatste dag, vandaag, of nee, eigenlijk gisteren, fietste ik met Sander mee. Gewoon uit aardigheid. Dacht dat het wel grappig was om eens te ‘opfietsen’ met iemand met van die grappige, blauwe tassen achterop zijn fiets waar dan allemaal folders en ander spul in lagen zoals post.

Met zijn Windows Mobile-versie van TomTom zochten we de straat Nova Cura op, in Drachten. De Nova Cura is één gigantisch lange doolhof waar geen logica in te vinden is. Na een uur of twee zei ik tegen Sander:
“Hé Sander, misschien kan ik me nuttig maken en help ik even mee of zo!”
“Ja, als dat zou kunnen…”

Zodoende kreeg ik een pakketje van ongeveer vijf verschillende adressen in mijn handen gedrukt. Dankzij de immens populaire Google Maps op mijn telefoon vond ik de huisdeuren zo makkelijk als ik de weg naar de zogenaamd verstopte chocolade in huis kan vinden. Dit kostte wel ietsjes meer werk, maar dat had ik wel over om eerder naar McDonald’s te kunnen voor zo’n lekker groot Big Mac menu met een donut en hamburger.

Dat lekker grote Big Mac menu met een donut en hamburger kwam pas nádat ik het avontuur van mijn leven had meegemaakt. Ik had namelijk een pakketje ontvangen die moest worden afgeleverd bij een basisschool. Nu is dat nog niet zo erg… Ik bedoel, die kinderen zijn tóch al weg om vijf uur ’s middags. Zo ook de docenten en schoonmaaksters. Waar ik bij de school ernaast nog kon aanbellen en het pakketje kon afleveren aan een in blauwe overall-gestoken Poolse schoonmaakster, was er dit keer niets of niemand te bekennen. Geen brievenbus, geen Poolse schoonmaaksters, geen kinderen en geen meesters of juffen.

Het enige dat ik zag was een hek. Met punten helemaal bovenaan, links en rechts van het Oost-Russische bouwwerk. Het enige dat mogelijk een pakketje door de hekken zou kunnen brengen was een kind. En dus begon ik mijn zoektocht naar een kind. Dat klinkt dramatischer dan het is, want in theorie was ik gewoon op het krijsen afgegaan en vond ik binnen tweehonderd meter en een hoek van negentig graden vijf basisscholierinnen.

Ze waren elf jaar oud, schat ik.

“Mag ik jullie iets vragen?”
“Jaaaaaaaa??????”
“Wie van jullie is, zeg maar, dun genoeg om door een hek heen te kunnen?”
“ZIJ!” en ze wezen allemaal naar één meisje. Ze was zo slank nog niet eens.
“Goed, als dat het dunste is dat we kunnen krijgen zullen we het hier maar mee moeten doen.”
“Wat is er dannnnnnnnn?????????”. Ze begonnen te drammen, lief dagboek! DRAMMEN zeg ik je!
“Nou, kijk.” Ik begon Jip-en-Janneketaal te spreken. “Ik heb een pakketje. Dit pakketje moet weg. Dit pakketje moet naar een school. Die school is dichtbij. Die school is dicht. Er zit een hek voor de school. Dat hek is dicht. Ik kan er niet doorheen. Jullie wel.”
“Jaaaaaaaa, ennnnnnn??????”
“Of één van jullie even door het hek zou willen kruipen om dit door de brievenbus te doen.”
“Ooo jaaa want het is heel stom om dat dit weekend buiten te laten liggen.”
“En het zou niet zo slim zijn om het het hele weekend buiten te laten liggen, inderdaad! Willen jullie mij helpen?”
“Ja. Waar is het????”
“Dichtbij.”
“Waar dannnn???????”
“Nu graag. Volgt u mij maar.”

Een hele kindervierdaagse, of nee, een vijftal kinderen volgde mij achter mijn fiets aan. Ik fietste snel, want ik wilde zo snel mogelijk van dat pakketje af zijn. En van hun.

Het dunste mormel kon niet door het hek komen. Ze vond het een goed idee om buitenom het hek te gaan, over het water. Ik herhaalde dat het niet hoefde, niet kon, dat het zo belangrijk niet was en ik volgende week maandag het wel terug zou brengen maar de dames bleven aandringen.
“Mensen…”
“MENSEN?! WE ZIJN GEEN MENSEN! WE ZIJN MEISJES!”
“HOMO SAPIENS!”
“Mensen dus…”
“Ja…”
“Mensen, het hoeft niet meer! Zo belangrijk is het niet! Ik wil niet dat er iemand verdrinkt en dat ik dat op mijn geweten heb en nooit meer kan slapen omdat ik dit pakketje nooit heb kunnen afleveren.”
“O… K…”
“Dan wil ik jullie toch bedanken!” Ik zocht een omgeving van een halve meter af naar iets wat ik aan ze zou kunnen geven. Ik had nog elastiekjes aan mijn stuur hangen van Sander! “Hier, deze elastiekjes mogen jullie hebben!”
“ELASTIEKJEEEESSSS? HEBBEN WE AL DAT WERK GEDAAN VOOR WAT ELASTIEKJESSSS????”
“Eh, ja! Ik heb geen snoep meer! Sorry mensen! Ik ga, doeg!”

Hun volume was te zacht om nog te kunnen verstaan, want binnen 4,3 seconden zat ik op honderd kilometer per uur.

Ik belde Sander.

“SANDER JE GELOOFT HET NOOIT!”
“Ja ik zag je al… What the fok deed je!”
“Een story of a lifetime!

Ik legde het voorval uit. Het kon Sander niet interesseren. Alsof hij iets leukers had meegemaakt! Jaahoor.

Veertig brievenbussen en drie Google Maps-zoekopdrachten later zaten we aan een tafel bij McDonald’s en hadden we beide de beste maaltijd die we ons ooit voor hadden kunnen stellen. Een lekker groot Big Mac menu met een donut en hamburger.

Lief dagboek, ik wéét dat de verhalen je telkens minder interesseren maar ik moet het aan íemand kwijt. En dat ben jij.

Lief dagboek, bedankt voor je luisterend oor.

Ik wacht tot ik iets van jou hoor.

Dikke tút.

Moi.

Lief dagboek (over een hotdog)

Lief dagboek,

Je weet vast wel hoe stoer ik door het centrum van Drachten kan lopen. Nou, vandaag deed ik het weer. Heel stoer, met de borst vooruit en de lipjes niet getuit, haalde ik een heerlijke hotdog van HEMA. Met niet teveel mosterd, want dat vind ik weer vies.

Ik nam plaats op een bankje in het centrum. Die vlakbij de etos, weet je? Die rondom die boom gaat. Bij die snackbar. Ik zat er een beetje chill stoer te wezen met mijn hotdog in mijn hand en een servetje in de andere toen de Slipknot van mijn iPod verstoord werd door een kort woordje. Dat korte woordje heette “TOM!”. Vervolgens deed ik drie handelingen: handeling één was het klikken van het knopje om de muziek te pauzeren van mijn telefoon. Handeling twee was het oordopje uit mijn linkeroor halen en nummertje drie was de kant opkijken waar de stem vandaan kwam en te fronzen.

“TOM IK HEB NIEUWE KLEREN GEKOCHT MAAR IK GA ZE NU NIET LATEN ZIEN MAAR DAT DOE IK NOG WEL OK!”. Het was mijn dertienjarige nichtje en iedereen wist ineens mijn naam. De twee zeventienjarige meisjes op de bank keken naar mij. Twee leeftijdsgenotige jongens keken naar mij. De pop van de snackbar keek naar mij. Iedereen lachte. Ik ook. Nep.
“Joe! Is goed!”. Alsof het er ooit van zou komen.
“Doeg!”
“Ja moi.”

Ik deed mijn oordopje weer in, drukte op play en het voorval begon weg te vagen. Tot één van de twee zeventienjarigen iets vroeg. Of suggereerde. Interpreteer het zoals jij het wilt, lief dagboek: “Tom! Tohhom! TOHHHOOMMMMM! Is dat je vriendin?! :-|”
“Nee das me nichiejj”, zei ik, en ze blééf me aankijken. Ik had allang weggekeken. Na een minuut was ik het wel zat en vroeg haar waarom ze het vroeg.
“Nou gewoon, ik vraag het even.”
“Dat mag.” Gelukkig, ze keek weer weg.

Ik ging verder met het eruitdrukken van de mosterd en veegde de restanten rond mijn mond aan het stukje tussen mijn duim en wijsvinger af en daarna aan het servetje.

Lief dagboek, zelfs jíj had me uitgelachen als je het had gezien. Mij zul je niet meer zien in Drachten.

Bedankt voor het luisteren.

Joe.