Het was gister. Het was middag. Het was totaal niet grappig. Het was een beetje sneu. Het leek op Tequila, dat ont-zet-tend grappige en doordachte programma van BNN.
Het leek wel een sketch. Een man met een kapsel dat helemaal niet bij zijn hoofd hoorde — lees: een pruik met een paardenstaart en gemengd blond haar terwijl hij er zelf niet bepaald gefitnesst uitzag — zette een blinde jongen met matchende zonnebril af bij bushalte 143/148 op Lelystad Centrum. Ik stond er ook bij.
“Hmmm”, mompelde de man tegen (naar waar het op leek) zijn zoon. “De bus is nét weg. Over 25 minuten komt-ie. Dat lukt je wel, hè?”
“Ja hoor…”, zei de jongen tegen zijn waarschijnlijke vader.
“Doeg!” was de cue dat de man het station en zijn (nep-)zoon achterliet.
Meer dan ‘la-la-la’ kwam er niet uit bij de jongen. Hij praatte verder wat tegen zichzelf. Een typische Tequila-vrouw schreeuwde, nee, krijsde op Rotterdamse toon naar de jongen “Hee schat! Waar ga je naartoe!”
“Kampen.”
Er stak nog een blinde over. Dit was het punt dat ik dacht ‘hmmm… Is het dan tóch Tequila?’.
“O ja want ik dacht al; straks ga je de verkeerde kant op schat!” Ook deze vrouw kon zich niet verder interesseren in de jongen en ze stapte een bus in.
De jongen was wéér alleen. Mijn bus kwam eraan en toen de bus weer langs het station reed stond hij er nog. Iets raarders heb ik vást wel eens meegemaakt, maar dit was wel echt héél raar.
Ik was met Charlotte in een soort café in Hilversum. Het begon hartstikke normaal - ik nam bier, zij thee, toen weer cola en zij ook tot ik een kabel moest leggen. Zo’n bruine ‘kabel’, ja. Zoëentje die je elke dag wel eens legt. Met alle plezier nam ik plaats op de doos.
— vijf minuten rust —
De kabel was gelegd, de ster was weer schoon en de broek was weer omhooggetrokken. Het was tijd voor het ranzige deel van het toiletavontuur - de deurhendel vasthouden en het open doen. Daar begon de uitdaging.
Drie minuten lang aan de hendel trekken en de wc-deur duwen hadden geen effect op mijn Toilet Break. Het was duidelijk. Ik zat vast.
Alsof het voor deze situatie gemaakt was was er een opening onder de wc-deur. De opening was niet veel hoger dan vier liggende Glassex-flessen op elkaar dus ik probeerde eronder door te komen zonder vies te worden, maar ook deze poging mocht niet slagen.
Poging drie was lekker 2007. Een drieletterigwoord (sms) met als eindbestemming Charlotte’s beste vriend, haar telefoon. “IK KOM ER NIET MEER UIT!!!” was de exacte tekst die ik verzond en zij las. Ze begreep het niet (”huh?” spreekt boekdelen) dus belde ik met een uitleg. Ze zou het al aan een barpersoon verteld hebben. En toen was het wachten geblazen.
Dat wachten viel wel mee want het duurde niet zo lang. Dit keer duwden en trekten we met zijn drieën aan de deur tot ik dat heerlijke ‘klik!’-geluidje hoorde. Ik mocht een drankje uitkiezen van de barman en ik ben weer een ervaring rijker.
Proost op de ervaringen!

Makkelijk had ze het op haar zachtst gezegd niet. Hijgen, huilen en zuchten waren maar een klein deel van de emoties die ze uitte toen ze een winkelstraat in Almere opstrompelde. In haar linkerhand was een McFlurry en aan haar rechterhand hing een vriendin waarvan het leek dat ze al een paar dagen een relatie hadden. Haar vriendin gooide de McFlurry weg omdat het veel zou schelen met slepen, aangezien ze beide wel een aantal fitnesstrainingen en maagbanden mochten gebruiken. Ze hadden allebeide een matchende schoudertas, de een geel, de andere felgroen. Het complimenteerde elkaar totaal niet, maar dat vonden ze waarschijnlijk wel grappig omdat ze maar niet over hun nieuwe tassen uitgesproken raakten.
“Ik moet eten hebben. Nu.” Zo’n type was het. Ze liepen de FEBO binnen en met een geelrode tas liep zij er weer uit. De arme meid toch. Ze vond het niet zo erg, had de Friese in ieder geval één herinnering aan de overheerlijke curry die bij haar frikandel zat. Ik besloot ook een poging te wagen en kocht een patatje speciaal - zo eentje met nasmaak die pas bij twee grote milkshakes met bananen- en aardbeiensmaak weg wordt gewassen.
De grote vriendinnen begonnen hun klim weer naar boven tot, en dat was al na een paar meters, de geel met rode vlekkendragende vriendin de rode vlekken heel subtiel toch… niet… zo… mooi vond en met pijn in haar hart opnieuw haar nieuwe favoriete snackbar binnenliep. Of ze daarbinnen even haar tas wilden wassen.
Ze werd er uitgescholden en de kast opgejaagd, waar ze nog maar net uit was. Lullig hoor…
Treinquotes van maandag ikweetnietmeerpreciesmaarhetwaseenweekgeleden oktober.
In het Steenwijk Station stapten drie Steenwijkers in met een wat je nomaal extreem rechts noemt, nu met een extreem Fries dialect. Het vooroordeel, en ook al ben ik tot mijn grote spijt geboren en getogen in het rustieke Friesland, dat ze niet bepaald heel erg snugger waren, bleek uit de volgende citaten:
“Je kunt van die ding’n bestel’n bie Jamba, weestwel? Ik had soo’n pliesiescanner besteld, maar da’s gewoon zo’n standaaaard geluidje!”
Alsof dat al niet erg genoeg is reageerde een volgende, als volgt (Nederlands is zo heerlijk):
“En er is ook soo’n ding dat je kende sien wie er in de buurt met tillefoans en soo, dad werkt niee”, zei een Steenwijkse jongen met kisten aan zijn voeten, dit gaf hij ook toe. “Dan moet je Bluetooth aanzetten of zo, dan doen se et wol hoooor.”
Hetzelfde meisje met piercings kon het ook niet laten het volgende in de groep te gooien: “Hij vond mij leuk, ik vond hem leuk, haddie ineens een vriendin! Ja jij kon hem toch wel?”
Ik ga vaker met de trein!